Hotspots Slider Travel

Reisverslag | op pad zonder smartphone, een vloek of een zegen?

Die jongen achterop de tractor? Dat ben ik. Ik heb om mijzelf te testen mijn telefoon thuisgelaten. En dat terwijl ik op reis ben. Super onhandig natuurlijk, onwennig ook vooral. Misschien dat dat meteen de schoen aan mijn oor verklaart. Afkickverschijnselen, cold turkey.

Ambassador_Zomerblog_Zehenthof-9

Wellicht is een kleine introductie handig. Ik ben dus Erik, die jongen die altijd naar zijn telefoon grijpt. Ik sta ermee op en ga ermee naar bed. Douche er zelfs mee. Daartussen een boel ogenblikken dat ik er een blik op werk zónder dat er iets te beleven valt. Fantoomgebruik, zo noem je dat, kijken omdat een deuntje in een liedje op je beltoon lijkt. My mind is fried like a frikandel.

13708427_10157253011715790_5636087226435836362_o

Dus stap ik met Bas, maar zonder telefoon, in de camper om via België en Duitsland en Oostenrijk en nog een paar landen naar de Balkan te rijden. Momenten waarop ik normaal gezien al honderd keer op mijn telefoon had gekeken, vooral in de wegrestaurants met WiFi en slappe koffie. Maar of ik ‘m mis, mijn telefoon? Bas is best langdradig, dat blijkt nu mijn redding.

En eigenlijk speel ik vals. Want mijn laptop is mee. Overdag fotografeer ik en neem ik interviews af, en dus moet ik ’s avonds op de computer de oogst van de dag uitwerken. Dat is mijn excuus. En dus gaat ’s avonds in ons penthouse in Graz tegelijkertijd mijn Facebook aan, scroll ik door Instagram, praat ik wat bij op Messenger en check ik alle vijf mijn mailadressen. Vals spel. Maar goed, een laptop maakt nog geen telefoon.

13730937_10157239578435790_4614080233532864353_o

Want nu ga ik eerlijk zijn. Ik haat mijzelf het meest omdat ik waar ik ook ben dat onding uit mijn broekzak trek. Uit de rechter, zoals een cowboy zijn revolver trekt. Ik zou ‘m daar ook gewoon kunnen laten zitten, maar het gaat vanzelf; ik doe het niet expres. Hij brandt, wil eruit, geaaid worden, aandacht, net als zijn baasje, want dat is natuurlijk de clou. (Ik heb het nog steeds over mijn telefoon). Nú voelt die broekzak angstvallig leeg. Zo leeg zelfs dat wanneer iemand in de lobby een berichtje krijgt, ik naar mijn broekzak grijp. Hartstikke leeg. Ik voelde ‘m zelfs trillen, toch? Bas lacht en houdt me voor verslaafd.

Maar voor de rest gaat het wel goed hoor. Want na een tijdje went het, geen telefoon. Het is vrij logisch: als ‘ie er niet is, dan gebruik je ‘m niet. Voor het eerst ontdek je de kappertjes op je lievelingspizza en vraag je aan de barman hoe het gaat, niet om het wachtwoord van de wifi. Ineens is daar de buitenwereld met echte mensen in hoge resolutie. Vijf dagen lang vraag ik ze met een ontembare levensvreugde de weg, schrijf ik hun telefoonnummers op bierviltjes en praat ik zelfs met Bas. Bas blijkt aan de Amstel te wonen, in Amsterdam. Nooit geweten en ik ken hem al een jaar.

Graz1 (1 of 1)

Graz2 (1 of 1)

Graz3 (1 of 1)

Graz7 (1 of 1)

Graz8 (1 of 1)

Graz17 (1 of 1)

Of ik nu voorgoed genezen ben? Bas vindt van niet. Een week later rijden we door Macedonië, nu mét telefoon. Bij het benzinestation wordt verbouwereerd opgekeken wanneer Bas demonstratief het gaspedaal intrapt, terwijl ik de wifi van de minimarket leegtrek. ‘Nog één minuut’, schreeuwt hij, rammend op de toeter. Ik knik zonder op te kijken van ja en maak er twee minuten van. Okay, vijf.

Later op de dag ben ik degene die commandeert. Tijdens de lunch blijkt mijn telefoon nog in de auto te liggen, geheel per ongeluk natuurlijk. En er stonden nog wel zoveel lijntjes uit. Facebook, Instagram, Messenger, Tinder… Ongeduldig vertel ik Bas dat we over één minuut vertrekken. Zeker niet langer. De lokale vis uit het meer van Ohrid nog vol vlees en graten en loensende ogen op ons bord.

Ik ben dan ook best een beetje jaloers op Jake, de lifter achterin. Hij heeft zijn telefoon in zijn backpack zitten, maar waar precies, dat weet hij niet. Tien dagen al niet gebruikt, geen idee wat er in de wereld gebeurt. En dat is volgens hem okay. Zijn hoofd is leeg, tijdens het hitchhiken filosofeert hij en af en toe blowt hij een blowtje als dat door voorbijgangers wordt aangeboden. En nu zit hij met zijn dreadlocks achterin, met op zijn zongebraden gezicht een gelukzalige glimlach.

Ambassador_Zomerblog_Liften-1-759x500(Fotografie: Bas van Oort en Dirk Wijnand de Jong)

No Comments

Leave a Reply

Instagram