Slider Travel

Reisverslag Suriname | De roep van de jungle

(Foto’s: Jurjen Drenth (en een beetje Erik)

Ze zeggen weleens dat je een man uit de jungle kunt halen, maar de jungle niet uit de man. En dat klopt. Toen onze reisreporter Erik als Mowgli door de Surinaamse Amazone trok, keerde hij terug als een ander mens.

Artikel gaat hieronder verder

Het is een lange, warme middag in de jungle, vier uur, wanneer Hendrik iets in het oor van Elton fluistert, Elton een mug in zijn nek doodslaat, Hendrik zijn voorbeeld volgt en ze mij samen met een zorgelijke blik net zo lang uitzwaaien tot mijn vliegtuig achter de groene kruin verdwenen is.

Andersom zie ik hen via het ronde raampje steeds kleiner worden. Eerst lijkt de landingsbaan waarop ze staan te wuiven vooral nog op een landingsbaan – lang, breed, rechthoekig met daarop kort gewiekt gras – daarna krimpt ‘ie tot formaatje bowlingbaan, liniaal, lucifer, om een oogwenk later te worden opgeslokt door het meedogenloze groene beest, Hendrik en Elton inbegrepen.

Waarom hadden ze zo bezorgd gekeken?

Drie dagen eerder stap ik met maagdelijk witte sneakers en een pet met flamingo’s in een boomstamkano. Of het wel een goed idee is om in de rivier te zwemmen, vraag ik Elton, de gids, terwijl hij de riempjes van mijn reddingsvest een stukje strakker aantrekt. Op de oever aan de overkant had de hele week een tien meter lange anaconda gelegen en die open wond in mijn vinger, trekt die geen piranha’s aan? Elton lacht, Hendrik, ook gids, start de motor. Okay, zwemmen dus.

Het is gaan regenen in de Amazone (de Surinamers noemen haar ‘bos’) en langzaam bewegen we in onze houten kano door een dik grijs gordijn van lauwe nevel, tegen de stroom in. Druppels zo groot als druiven komen uit een onzichtbare hemel gevallen en stuiteren naast ons via het water van de Gran Rio-rivier weer omhoog. Aangekomen bij de Awarradam-stroomversnelling stappen we uit de boot en laten we ons over een bedje van glibberige waterplanten de rivier in glijden. Daar drijven we dan, als schipbreukelingen met onze oranje reddingsvestjes door de Amazone. Dat het water vanwege de aanhoudende regen inmiddels de kleur van karamel heeft aangenomen, werkt psychologisch in mijn voordeel: als ik geen enge beesten met scherpe tanden zie, dan zien ze mij vast ook niet.

Maar op hetzelfde moment dat het oerwoud met haar giftige planten en bijtende beesten probeert je de nek om te draaien, houdt ze je ook in leven. Wanneer Hendrik de volgende morgen tijdens onze trektocht met zijn machete een pad uithakt in het struikgewas, vertelt Elton over de helende werkingen van de jungle. Zo kan het blad van die plant links je pijn verlichten, terwijl het bloempje van die daar rechts voor een goede nachtrust zorgt. En desinfecteren doe je met het stroperig goedje uit de bast van deze boom. Een bijsluiter zit er niet bij, maar de volgende dag is de diepe snee in mijn wijsvinger zo goed als genezen.

Het lijkt erop dat ik steeds meer bevriend met de jungle raak. Ik wen aan het gegil van de apen in de bomen en het continue geflirt van de cicaden. Door hun camouflagekleuren zijn de lawaaimakers niet gemakkelijk te spotten, maar in mijn ooghoek zie ik er eentje op een boomstronk zitten. Met de punt van mijn zakmes por ik in zijn onderlijf – want dood, denk ik – totdat ie – het lijkt met opzet – zichzelf met geweld tegen mijn oog katapulteert. Zijn boodschap is duidelijk: je bent van harte welkom in de jungle, maar houd je aan de regels.

Met een tintelend oog haal ik de rest van het gezelschap bij, dat net een jungledorp in loopt. Hier op deze plek leven de Marrons, afstammelingen van West-Afrikaanse slaven die de ontberingen op de plantages ontvluchtten en hier aan een nieuw leven begonnen, diep in de jungle. Zo ontstond het best bewaarde stukje Afrika buiten Afrika en dat bewijzen de gekleurde gewaden, de bijzondere rituelen en natuurlijk de lokale dans. Al snel worden mijn gerafelde jeans en shirt vervangen door een lendendoek en word ik door de vrouwelijke bevolking naar het deel van het woud ontvoerd dat als dansvloer dient. Wat zoveel betekent als: de handen de lucht in, kont tot de grond en stoten met mijn kruis alsof ik een onzichtbare prooi penetreer.

De weg terug naar het kamp leg ik springend af door het bladerdak en slingerend door de lianen, nog altijd in mijn lendendoek. Vanuit mijn hangmat luister ik naar de roep van de jungle, naar de apen, vogels en cicaden en antwoord met een brul indien dat nodig is. Hendrik, leunend tegen een boom, lijkt met een knipoog te zeggen dat ik geslaagd ben voor mijn ‘bos-examen’. Op zijn hoofd mijn flamingopet.

Waarom hadden ze zo bezorgd gekeken, daar op die landingsbaan?

Vanachter het raampje in het vliegtuig maakt mijn fantasie mij wijs dat Hendrik een quote uit The Jungle Book in het oor van Elton fluistert: ‘If you send him back to the man village, they’ll ruin him.’ Elton slaat een mug in zijn nek dood, Hendrik volgt zijn voorbeeld. ‘They’ll make a man out of him.’

Tui vliegt sinds 1 juli met haar eigen Dreamliner elke maandag naar Paramaribo, aangevuld met nog eens twee wekelijkse vluchten van Surinam Airways, al vanaf €638. Via reisorganisatie METS Travel & Tours boek je een avontuur naar het ongerepte regenwoud.

Fotografie: Jurjen Drenth (en een beetje Erik)

PS De jungle toch niet helemaal jouw ding? Erik heeft voor ons veel meer toffe trips gemaakt, wat dacht je bijvoorbeeld van een bezoekje aan een tropisch eiland in Japan? Of een road trip door Andalusië?

Instagram