Slider Travel

Roadtrippen door Andalusië is onze tip voor de zomer


Van het hectische Tokio tot tropische eilanden in Japan, onze reizende reporter Erik maakt het allemaal mee. Deze keer heeft hij het Verre Oosten verruild voor een plek iets dichter bij huis. Desalniettemin zit hij vol met boeiende reisverhalen. Zo vertelt hij ons over de perfecte manier om het zuiden van Spanje te ontdekken, inclusief camperbusje. Perfect voor zomer 2017.

Onderweg naar Mañana
Een ode aan de roadtrip

Een Volkswagenbusje, plastic slippers en een wegenkaart in het dashboardkastje voor noodgevallen. Meer hadden deze twee vrienden niet nodig voor hun vrijheid blijheid roadtrip langs de kust van Andalusië. Totdat de jongens in het hol van de leeuw belandden…

Artikel gaat hieronder verder

In een televisieprogramma over kamperen dat ik niet zo lang geleden zag, vertelde een koppel over de magie van het kamperen. Het waren de omgevingsgeluiden die zich ’s morgens via de raampjes van plexiglas naar binnendrongen die hen eraan herinnerden dat ze in het wild verbleven. Net als de dennennaalden onder hun voetzolen en de dauw op het gras.

Die romantiek is ver te zoeken wanneer ik wakker word in een dampend hete en naar vino fino ruikende camper op het asfalt van een parkeerplaats in een stadscentrum. Het licht dat zich via de gordijntjes een weg naar binnen baant, brengt hoofdpijn met zich mee, net als het gebonk op het raampje bij de passagiersstoel. Het is de manager van het hotel, met het vriendelijke maar vooral dringende verzoek zijn parkeerplaats spoedig te verlaten.

Maria madre de Jesús de Nazaret. Hoe erg ik ook mijn best doe om de puzzelstukjes van onze laatste avond te sorteren, het blijft één groot, zwart gat met maagzuur.

Twee dagen eerder halen we het camperbusje op op het vliegveld van Málaga. We huren de Volkswagen California van Bernhard en Willy, een stel dat Nederland jaren geleden heeft verruild voor een plekje in het zonnige zuiden en dat tot niet zo lang geleden met hun busje door Europa toerde. Nu was het hoog tijd om het stokje over te dragen aan een ieder met dezelfde missie. En dat zijn wij. Met dit knopje gaat de daktent omhoog, zo gaat de bank plat en achterin ligt de zwengel voor de luifel. Nah ja, we moeten zelf maar even kijken, hier is de sleutel, de handleiding ligt in het dashboardkastje.

We, dat zijn Bas en ik. Bas en ik leerden elkaar een jaar geleden kennen in een skigebied in Zwitserland en dat ging best okay. Samen denderden we er in een vuurrode trein door de witte bergen en brachten er een hele middag in een jacuzzi op de piste door. Hij, Bas, maakt ook reisverhalen en heeft Galapagos en Noord-Korea in zijn trofeekast staan. Een avontuurlijke jongen met mooie verhalen en een goed gevoel voor humor dat regelmatig over het randje is. En aan huilende baby’s heeft Bas een broertje dood. Omdat wij elkaar wel samen in een busje zagen zitten, besloten we met z’n tweeën op pad te gaan.

Een plan, dat hadden we niet. Ja, apen op de foto zetten in Gibraltar, sardientjes eten van de grill en eindigen op een surfplank in Tarifa. Maar verder…helemaal niets. Roadtrippen doe je immers zonder reisprogramma. Raampje open, radio aan en de wegenkaart voor het geval dát naast de handleiding in het dashboardkastje. Stoppen waar het uitzicht allerschoonst is – of als de maag of blaas het vraagt. Geen moetjes, gevoel voorop, vizier geopend. Net zoiets als winkelen zonder boodschappenlijstje.

En zo komt het dat Bas en ik en onze camper maar zonder plan de volgende morgen langs de zuidkust van Andalusië rijden. De nacht hebben we doorgebracht op een camping die bij het inchecken pikkedonker was en er bij het ontwaken bij lag als een kaarsrecht voetbalveld dat middels kaarsrechte coniferen in kaarsrechte kampeerplekken was opgedeeld. Ergens tussen Marbella en Gibraltar, aan een strand met een mooi tapijt van gele bloemen, alleen te bereiken via een groot boos hek van gietijzer. Aan Gibraltar rijden we voorbij. De twinkelingen in de zee aan onze linkerzijde houden ons in hypnose, geketend aan het wegdek. En wat dan nog: de lage pond zorgt toch voor lange files richting het Britse grondgebied.

Een paar uur later rijden we dan wel weer Cádiz binnen, een prachtige ommuurde havenstad die onder de middagzon goudgeel oplicht en volgens sommigen de oudste stad van Europa is. Oudste, bijna oudste…de stad heeft in ieder geval een tijdlijn waarop Feniciërs, Carthagers, Romeinen, Visigoten, Moren, Castiliaanse vorsten, Columbus – die Cádiz als vertrekpunt gebruikte voor zijn tweede en vierde tocht naar de Amerika’s – Napoleon, Engelsen en zelfs Nederlanders vechten om een plekje. We eten er paella op de boulevard – de bus in een parkeergarage – en besluiten unaniem dat dit een mooi gebied is om te overnachten.

Bij de receptie van camping Playa Las Dunas staan we vast. Van alle kanten wordt de dame achter de balie bestookt met vragen. Via het raampje waar de slagboom zit, via de consumententelefoon op haar bureau, via de personeelstelefoon in het kantoor en via de wachtruimte waar een handjevol ongeduldige gasten in brochures bladeren. Volgens de brochure ligt de camping in de duinen, heeft het stadje een arena en kampt het nabijgelegen Cádiz met mobiliteitsproblemen. Pas een half uur later staan we op onze plek tussen de berkenbomen, de hangmat er tussenin, en drinken we Spaans bier uit blik op een strandje met een handjevol voorhoofdhoge palmen.

Het is op deze camping waar Bas en ík de charme van het kamperen ervaren. Terwijl ik op het gasfornuis in de camper een biefstuk bak en met de Glamour tegelijkertijd de vetspetters van het plafond wapper, zit Bas te pielen met de briefjes van de wifi. Hij in een zwart trainingspak met plastic slippers, ik in een hengelkostuum in camouflagekleuren. Om niet helemaal als onvoorbereide Hollanders in een hippe bus voor de dag te komen, hadden we besloten de afrit naar de Decathlon te pakken. In het schijnsel van een muggenkaars bepalen we na de biefstuk de route van onze laatste volle dag, die morgen is. Een dagje op het strand van Tarifa vinden we verdiend en bovendien op weg naar Málaga. Maar eerst koffie bij de arena uit de folder, dan het paardenfestival in Jerez – tip van de buurvrouw – wat tenslotte ook maar tien minuten rijden is.

Veel woorden had de buurvrouw er niet aan vuil gemaakt. Een paardenfestival in het plaatsje Jerez, waar eigenlijk nog ‘de la Frontera’ achter moet. Ik vul het daarom zelf maar in. Geboren in de Bollenstreek en getogen met paardenmarkten waar boeren in blauwe pakken handjeklappen…zoiets zou het paardenfestival van Jerez de la Frontera ook wel zijn.

In Jerez volgen we een poosje later de grote stroom. Links van ons vrouwen in flamencojurken, rechts van ons mannen te paard in een ruiterpark, nippend aan een glaasje sherry. De Feria del Caballo, zoals het heet, vindt plaats in een park net buiten het centrum, op een terrein waar paarden tussen een kruisvormig pop-up-dorp van honderden casetas, bars, galopperen. Om en rond die huisjes wordt gedanst, gesjanst, ge-tapas-t, sherry gedronken, naar paardenshows gekeken én vee verkocht. Een zongebruinde vrouw in een witte jurk met rode polkadots vertelt ons dat het festival vooral ‘s avonds magisch is. Dan lichten de miljoenen lichtjes boven de casetas op.


Verder rijden naar Tarifa? Blijven in Jerez? Dineren op een onbekende camping in een bus vol vetspetters of op een festival dat haar oorsprong in de Middeleeuwen heeft? Makkie. Slapen in de camper in de parkeergarage of voor het gemak toch maar een hotel? Net zo makkelijk. Maar de Feria del Caballo blijkt niet alleen bij ons geliefd. Alle hotels in de stad zijn overboekt en ook de pandjesbazen zitten vol – of in de kroeg. Alleen de manager van het Sherry Park Hotel durft het aan om nog twee reisjournalisten met een camper – tegen naamsvermelding – toe te laten. Niet in een kamer, nee, op de parkeerplaats. Niet de reguliere, die is gereserveerd voor touringbussen. Nee, de parkeerplaats voor het personeel.

Vanaf de personeelsparkeerplaats van het Sherry Park Hotel (neem eens een kijkje op hun website) was het vijf minuten lopen naar het festival – denk ik. Miljoenen blauwe, groene, rode, maar vooral gele en oranje lampjes verlichtten het stadspark als een landingsbaan dat tot toch minstens in het universum zichtbaar zou moeten zijn. Keek je er te lang naar, met je hoofd omhoog gebogen, dan begon je lijf te tollen en zakte de voeling uit je voeten weg. Zo erg dat we er uren later nog last van ondervonden. Bestelde Bas een biertje, of ik een wodka of een kweetnietwat, dan hadden we de bar nodig om rechtop te blijven staan. De huisjes zelf hielpen ook niet mee. De wanden stonden scheef en de vloeren helden over, waardoor je steeds naar links afweek. Het was er bovendien óf stikheet óf de drankjes werden tot de rand gevuld, in ieder geval verloor mijn shirt zijn dekking.

Knock knock

‘Buenos días.’

‘Buenas tardes.’

Toen de manager van het hotel had toegezegd op zijn personeelsparkeerplaats te mogen slapen, had hij natuurlijk niet tot na het middaguur bedoeld.

Berustend, maar niet te hard, knikken we van ja. Toch de hoogste tijd om te vertrekken. Het is nog tweeënhalf uur terug naar Malaga en niet veel later vertrekt ons vliegtuig. Geen tijd meer voor Gibraltar en ook Tarifa is te laat. En sardientjes eten van de grill, ook dat komt een ander keertje wel. Nu eerst de daktent omlaag, de luifel in en een verkwikkende duik in het buitenzwembad. Je raadt het: in dat van het Sherry Park Hotel.

———–

Wil je net als Bas en Erik ook een roadtrip maken, maar ben je niet in het bezit van een camper? Op www.camptoo.nl huur je er eentje van andere kampeerders.

Campings vind je langs de route overal. Gooi je Google Maps of Tripadvisor aan en je hebt ze zo gevonden. Mocht je tijdens het paardenfestival in Jerez belanden, 13 tot 20 mei dit jaar, dan is dit het nummer van de manager: +34 956 14 18 89

Instagram