Slider Travel

We zijn gaan kamperen op een tropisch onbewoond eiland pt. I

Je eigen Expeditie Robinson

Slapen in een tentje op de Whitsunday Islands, de mooiste eilanden van Australië, misschien zelfs van de hele wereld. Hemelsblauw water sabbelend aan je tenen en een zandstrand zo wit dat je je tanden ermee kunt bleken. Wees wel gewaarschuwd: onweer op komst in het paradijs!

Sta je dan.

Met je tentje. In de vroege morgen.

En je matje. Slippers. Flippers. Duikbril. Zonnebrand. Zwembroek. Kookstel. Tien liter water. Wraps. IJs. Brood. Pindakaas. Mueslirepen. Groenten in een zakje. En natuurlijk een sixpackie bier. De slaapzakken, die waren op helaas. In plaats daarvan hebben we een vilten doek met aan de achterkant een aluminium laagje meegekregen. Zo’n ding waarmee wij in de winter bij vorst de voorruit bedekken.

Het had zo’n een, twee uur geduurd voordat we Chance Bay aan de horizon zagen verschijnen. Eerst hadden we een omweg langs een aantal andere exotische eilanden gemaakt om een stel Duitse en Nederlandse expeditieleden af te zetten, net als twee Britse meisjes die elkaar in de boot al niet meer konden luchten. Hilarisch om te zien vond ik dat. Direct nadat de landingsboot hen, zo eentje die ook de geallieerden in Normandië gebruikten, bij hun onbewoonde eiland had afgezet, liep de een met de koelbox linksaf, de ander met de tent rechtsaf. Enorm benieuwd hoe die twee er morgen aan toe zijn, wat de hitte, de stilte, de insecten met hun vriendschap doet.

 

Artikel gaat hieronder verder

 

 

Eigenlijk was het plan om op Whitehaven Beach te overnachten, het mooiste strand van Australië, volgens sommigen zelfs van de hele wereld. Maar omdat de wind vandaag uit het noorden waait, was ook Chance Bay, aan de andere kant van het eiland, ineens een optie. Heel bijzonder is dat, had de kapitein ons laten weten, want de wind komt meestal van de andere kant, waardoor Chance Bay vrijwel altijd onbeschut en onbereikbaar is. Buitenkansje dus. Onmiddellijk hadden we het roer omgegooid en koers gezet richting Chance Bay. Als laatsten stapten we uit de boot, met onze opgestroopte broeken sjokkend door de branding, wachtend op dat moment waarvan je wist dat ‘ie zou komen: dat moment dat je enige redding langzaam uit het zicht verdwijnt, door de horizon wordt opgeslurpt, die avond lekker op een boxspring, onder een ventilator, slaapt.

Sta je dan, met in je hand felgele flippers, geen slaapzak, geen douche en natuurlijk al helemaal geen mobiel netwerk.

Hoe deden ze dat in Expeditie Robinson ook al weer? Eerst een afdakje maken tegen de regen? Een visnet knopen? Kokosnoten plukken?

Omdat het zo meedogenloos heet is en het zand onder onze voeten brandt, is het eerste wat we ondernemen onze overlevingskist naar de verhoogde bebossing achter het hagelwitte strand slepen. In de schaduw van een door de recente cycloon kaal gerukte eucalyptusbomen, waarvan er eentje wordt bewoond door een anderhalve meter lange, zwart-gele slissende hagedis, zetten we onze tent op. Eerst binnenstebuiten, daarna achterstevoren, maar uiteindelijk in overeenstemming met het plaatje op de tentzak.

Maar zelfs in de schaduw van de bomen brandt de zon gaten in onze opperhuid. Alsof iemand een vergrootglas voor je lichaam houdt, je met je gezicht in de open haard drukt. Leuk gegeven ook: het is pas tien uur in de ochtend. We vinden verkoeling in de schaarse schaduw van een rotspartij aan de zijkant van het zandstrand, waar de krabben tijdens eb zenuwachtig zijwaarts over de kale rotsen kruipen en de kraaien in het oerwoud achter ons onheilspellend krijsen, klaar om onze ogen uit te pikken en het laatste beetje vocht dat door onze ingewanden sijpelt, op te slurpen.

Cliffhanger

Benieuwd of wij onze ogen nog hebben na nachtje bivakkeren op een onbewoond eiland? Volgende week kun je deel twee lezen van ons heerlijke avontuur. Met onder andere de meeste enge en tegelijk romantische onweersbui die we ooit hebben meegemaakt.

Instagram